Postbus 872
3900 AW
Veenendaal / NL
T +31 (0)318 543173
F +31 (0)318 541937
E info [at] dataexpert [dot] nl
Postbus 872
3900 AW
Veenendaal / NL
T +31 (0)318 543173
F +31 (0)318 541937
E info [at] dataexpert [dot] nl
DataExpert biedt naast support ook Consultancy aan onze klanten.
Veel gestelde vragen
In deze rubriek vindt u per productgroep de veelgestelde technische en functionele vragen.
Mocht uw vraag en ons antwoord hier niet tussen staan, vul dan het supportformulier in. Wij zullen uw vragen dan zo snel mogelijk beantwoorden.
U kunt elk willekeurig schema element op de achtergrond van het schema plaatsen, ook OLE objecten. Voordat u een item in de achtergrond plaatst dient u er voor te zorgen dat het element de juiste afmetingen heeft. Met de menu optie View > Make Background kunt u een geselecteerd element naar de achtergrond verplaatsen. Met Foreground all worden alle achtergrondelementen weer naar voren gehaald. Ook kunt met de rechter muisknop op een achtergrondelement klikken en vervolgens in het menu kiezen voor Make Foreground om alleen dit weer naar voren te halen. Overigens hebben achtergrondelementen alle eigenschappen van een normaal element. U kunt ze alleen niet selecteren en ze zullen altijd achter alle overige items worden getoond.
Zie ook: Analyst’s Notebook 6 User Guide: Customizing and Analyzing (Part Number: 0317) - Hoofdstuk 6 Pagina 6.
Analyst’s Notebook versie 6 gebruik transparante pictogrammen. Het printen van deze pictogrammen is een ingewikkelde procedure. Als u een oudere computer of printer heeft dan kunnen hier problemen mee ontstaan. De pictogrammen worden dan niet goed afgebeeld en het afdrukken kan veel tijd vragen. Om hier verbetering in te brengen zijn er twee opties die kunt aan zetten:
U vindt deze opties in het menu: File > Printer Setup > onder de knop Advanced.
Met behulp van de "attribute bar" kunt u snel attributen toevoegen aan schema elementen. Ook kunt u hiermee zoeken naar bepaalde attribuut waardes.
Zie ook: Analyst´s Notebook 6 User Guide: Customizing and Analyzing (Part Number: 0317) - Hoofdstuk 1 pagina 20.
Druk op de knop voor het tonen van de pagina grenzen. Selecteer het schema en schuif het hele schema iets naar boven zodat het grenst aan de paginarand. Als u nu afdrukt zal de tussenruimte kleiner zijn. U zou ook de hoogte van het schema groter kunnen maken waardoor de bovenste elementen dichter bij de tijdbalk komen.
U kunt door de geselecteerde items bladeren met behulp van de "Browse Bar".
Deze "Browse Bar" kunt u opstarten door in het menu voor View Toolbars > Browse Bar te kiezen. Als u met de "Browse Bar" door de geselecteerde items loopt dan zult u zien dat het schema automatisch zo wordt gepositioneerd dat het geselecteerde item in beeld verschijnt.
Zie ook: Analyst´s Notebook 6 User Guide: Customizing and Analyzing (Part Number: 0317) - hoofdstuk 12 pagina 19 en 20.
Het is mogelijk om bij een gebeurtenisvenster een datum en een tijd op te geven. Deze datum en tijd worden in een bepaalde vorm weergegeven. Deze vorm kan worden ingesteld onder Style > Display van het gebeurtenisvenster. Als nu deze weergavevorm een datum en een tijd bevat en u geeft wel een datum maar geen tijd op bij de gebeurtenis dan worden voor de ontbrekende tijd de tekens uit de weergavevorm weergegeven. Maakt u in de weergavevorm gebruik van de systeemvorm (weergegeven door "w") dan verschijn er dus een "W" achter de datum.
Zie ook: Analyst’s Notebook 6 User Guide: Creating Charts (Part Number: 0315) - hoofdstuk 1 pagina 13.
Wit u een eigen weergavevorm aanmaken dan kunt u dit doen onder: File > Chart properties > Definitions > Date & Time Formats
Vervolgens zult u bij de instelling (item properties) van de gebeurtenis deze nieuwe vorm moeten instellen.
Voor meer informatie druk op de help knop in het Chart Properties venster of lees de Analyst’s Notebook 6 User Guide: Customizing and Analyzing (Part Number: 0317) - Hoofdstuk 3 pagina 9 e.v.
Ja. Standaard worden de koppelingen die zich tussen de geselecteerde elementen bevinden mee gekopieerd. Ook als u deze koppelingen niet heeft geselecteerd. Echter als u met de rechter muisknop op een van de geselecteerde items klikt, dan kunt u in het menu kiezen voor Copy Selection Only. Nu worden alleen de geselecteerde items gekopieerd. Dezelfde optie kunt u ook vinden in het menu Edit.
Ja. Standaard worden de koppelingen die zich tussen de geselecteerde elementen bevinden mee gekopieerd. Ook als u deze koppelingen niet heeft geselecteerd. Echter als u met de rechter muisknop op een van de geselecteerde items klikt, dan kunt u in het menu kiezen voor Copy Selection Only. Nu worden alleen de geselecteerde items gekopieerd. Dezelfde optie kunt u ook vinden in het menu Edit.
In Analyst’s Notebook 6 zijn gebeurtenisvensters aan themalijnen verbonden doormiddel van een koppeling. Om het aanbrengen van deze koppeling te vereenvoudigen zijn er een tweetal sneltoetsen beschikbaar.
Als u de CTRL-toets in drukt terwijl u een gebeurtenisvenster op een themalijn zet dan wordt automatisch een standaard koppeling aangebracht tussen het gebeurtenisvenster en de themalijn.
Als u de ALT+CTRL-toetsen in drukt als u een gebeurtenisvenster op een themalijn zet dan wordt automatisch een koppeling aangebracht tussen het gebeurtenisvenster en de themalijn én wordt het Edit Link venster geopend. Zo kunt u de eigenschappen van de koppeling aanpassen.
Zie ook: Analyst’s Notebook 6 User Guide: Creating Charts (Part Number: 0315) - hoofdstuk 7 Pag 4 t/m 7
| In Analyst’s Notebook 6 kan dit via het menu File > Chart Properties... > Options > Behaviour door het aanvinken van switch Sum Numeric Links. Kies vervolgens voor Tools > Merge multiple links. |
List Items vervangt het vroeger List Entities van Analyst’s Notebook 5. Het heeft meer mogelijkheden dan de vorige versie. List Items geeft de mogelijk om in een tabelvorm alle informatie van alle schema elementen weer te geven, inclusief de analyse attributen. U kunt in de List Items door middel van klikken items selecteren. Deze geselecteerde items worden ook geselecteerd in het schema. Omdat u de elementen in de lijst kunt sorteren kunt u zo eenvoudig zoeken.
U kunt zelf bepalen welke kolommen u in de tabel wilt hebben. Ook kunt u de geselecteerde elementen kopiëren naar een Word of Excel bestand.
Zie ook: Analyst’s Notebook 6 User Guide: Customizing and Analyzing (Part Number: 0317) - Hoofdstuk 7- pagina 4.e.v.
De beste methode is:
In Analyst’s Notebook wordt de "identity" gebruikt om de verschillende entiteiten van elkaar te onderscheiden. Dit was ook al zo in Link Notebook 5 echter niet in Case Notebook 5. In Case Notebook was het dus mogelijk om meerdere gebeurtenissen te importeren met allemaal hetzelfde label. Analyst’s Notebook zal echter veronderstellen dat het om één en hetzelfde item gaat en ze dus samenvoegen. Waar u dus voor dient te zorgen is dat de identiteiten uniek zijn tijdens het importeren. Dit is het eenvoudigst te realiseren door bijvoorbeeld de datum en tijd op te nemen in de identiteit. Hiervoor moeten dit wel aansluitende velden zijn. Door nu voor het label andere velden te kiezen dan voor de identiteit is het mogelijk om toch meerdere keren hetzelfde label te tonen in het schema.
De afstand tussen koppelingen vergroten kan door met de linker muisknop te slepen en tegelijkertijd de Alt- en de Shift toets in te drukken.
Het verschuiven van het label op een koppeling kan door met de linker muisknop te slepen en tegelijkertijd de Alt toets in te drukken.
Wilt u de standaard afstand tussen koppelingen aanpassen voor alle nog te plaatsen koppelingen dan is dit in te stellen via het menu: File > Chart Properties > Options > Display in het blok Connections de waarde voor Link Spacing aan te passen.
Creëer uw eigen *.bmp files , 32x32 pixels voor het scherm en 120x120 pixels voor de printer of dupliceer bestaande bestanden, die u aanpast en opslaat onder een andere naam.
Deze bestanden staan in de folders:
C:\Program Files\Common Files\i2 Shared\Images 6\Basic\Screen\Icons
C:\Program Files\Common Files\i2 Shared\Images 6\Basic\Printer\Icons
Herstart Analyst’s Notebook en definieer uw nieuwe Entiteit:
File > Chart properties > Entity Types > New, en geef de gewenste eigenschappen op.
Indien u eigen bestanden creëert: de kleurcode voor een transparante achtergrond is R=255, G=0, B= 255.
Deze opties bieden de mogelijkheid de "Layout Chart Setup..." settings van dat moment te bewaren (Write...) of de opgeslagen settings weer terug te lezen (Read...) in het schema.
Deze settings die onder Analysis > Layout Chart Setup... staan zijn algemeen voor alle schema’s en worden dus normaal niet met het schema opgeslagen.
Nu kan het handig zijn specifieke settings, die nu net zo’n mooi overzicht geven voor een specifiek schema te bewaren. Heeft u later het schema aangepast dan kunt u hiermee de instelling voor dit specifieke schema terug halen. Dit geldt wel alleen voor de waarden die via menu Analysis > Layout Chart Setup... (of via de knop Layout Setup op de toolbar) zijn aangepast. De weggeschreven instellingen worden opgeslagen in het bestand als u het schema opslaat. Denk er ook aan dat een ingelezen (Read...) Layout Setting dan weer algemeen geldt voor alle Schema’s.
Om in Analyst’s Notebook OLE-objecten correct weer te geven dient het bestandstype van het object te zijn geassocieerd met een OLE-server zoals MSPaint. Het zou kunnen dat op dit moment uw bestanden zijn geassocieerd met een programma dat hiervoor niet geschikt is, zoals Internet Explorer.
Voor een juiste associatie dient de registry te worden aangepast. Meest voorkomend zijn BMP, JPG en GIF.
Overigens kunt u de file associatie ook op andere wijzen veranderden maar deze blijken niet altijd goed door te werken.
Er zijn drie methode om dit in één keer te regelen voor het hele schema.
Ten eerste kunt u nadat u het Case Notebook schema heeft ingelezen, het samenvoegen met een andere sjabloon. Via de optie File > Merge Template krijgt u dan de beschikking over alle Analyst’s Notebook 6 icoontjes.
Ten tweede kunt met CTRL + A het gehele schema selecteren. Vervolgens kunt u het schema met CTRL + C kopiëren. Als u dan een nieuw leeg schema opent en het schema hierin plakt (CTRL + V). Dan zult u zien dat er andere pictogrammen worden gebruikt voor de themalijnen.
Ten derde kunt u voordat u het Case Notebook schema opent de Case Notebook sjabloon van versie 6 aanpassen. Als u deze sjabloon opent zult u zien dat er rechts alleen cirkel pictogrammen staan. Door deze pictogrammen aan te passen (File > Chart Properties > Entity Types) kunt u er voor zorgen dat er andere pictogrammen worden gebruikt dan de standaard pictogrammen. Vergeet niet om via File > Create Template deze sjabloon op te slaan onder de naam Case Notebook. Als u een Case Notebook schema opent wordt namelijk altijd deze sjabloon gebruikt.
Zie voor meer informatie Analyst’s Notebook 6 Upgrade Guide (Part Number: 0272) - "Getting started" Pagina 33 t/m 35.
Installeer de Nethasp license manager software als een service op uw pc.
Pas de nethasp.ini in de hoofdmap van Analyst´s Notebook aan:
; NetHASP Configuration file syntax.
[NH_COMMON]
NH_TCPIP=Enabled
[NH_TCPIP]
NH_TCPIP_METHOD=TCP
NH_USE_BROADCAST=Disabled
NH_SERVER_ADDR=127.0.0.1
Indien u meerdere i2 produkten geinstalleerd heeft, pas dan daarvan ook de nethasp.ini aan.
Analyst’s Notebook wordt geleverd met spellingcontroles voor een aantal verschillende talen. Als u een andere taal wilt gebruiken dan dient u deze (van de CD) te installeren. U kunt de bestanden hiervoor vinden op de cd onder: \Analyst´s Notebook\ExternalFiles. U vindt hier bestanden voor:
Hardware
500 MHz processor
128 MB RAM
200 MB free disk space
1024x768 High Color (16 bit) display
Parallelle printerpoort of USB poort (voor Dongle)
CD-ROM drive (voor de installatie)
Operating System
Windows XP Professional
Windows 2000 Professional Service Pack 2
Windows 2000 Server/Advanced Server met Terminal Services
Windows 2000 Server/Advanced Server met Terminal Services & Citrix MetaFrame 1.8
Windows 2000 Server/Advanced Server met Terminal Services & Citrix MetaFrame XP
Windows NT Workstation 4.0 Service Pack 6a
Windows NT Server 4.0 Terminal Server Edition Service Pack 6
Windows NT Server 4.0 Terminal Server Edition Service Pack 6 met Citrix MetaFrame 1.8
Windows NT Server 4.0 Terminal Server Edition Service Pack 6 met Citrix MetaFrame XP
Windows Millennium Edition
Windows 98 Second Edition
Bedenk wel dat uw hardware en operating system aan deze eisen moet voldoen voordat u Analyst’s Notebook installeert.
Nadat u Analyst’s Notebook 6 geïnstalleerd heeft kan het gebeuren dat er een license validation foutmelding volgt als u het programma opstart. Voor Analyst’s Notebook 6 is het noodzakelijk om versie 8.09 van de NetHASP License Manager te installeren op de machine waar de rode netwerk dongle op zit. U kunt deze versie van de NetHasp Manager installeren van de Analyst’s Notebook CD van uit de map: \Dongle\Haspserv\Windows\lmsetup.exe
Voor meer informatie zie de NetHASP License Manager Guide (Part Number: 0353)
Dit gedrag ("wiring") wordt bepaald door de wijze van omleiding van de themalijn door het gebeurtenisvenster en kan worden aangepast door de instellingen voor de "Wiring height" aan te passen. Er zijn 4 opties:
Not Diverted = Niet omgeleid, de themalijn wordt niet verschoven
Previous event frame = Verschuift naar de hoogte van het voorgaande gebeurtenisvenster
Next event frame = Verschuift naar de hoogte van het volgende gebeurtenisvenster
Theme line icon = Verschuift naar de hoogte van het thema-pictogram
Dit kunt u instellen bij Format > Set Default Styles > Link > Connection
Wilt u dit voor een incidenteel geval, klik dan met de rechter muisknop op het gebeurtenisvenster en kies in het snelmenu voor divert
Zie ook: Analyst’s Notebook 6 User Guide: Creating Charts (Part Number: 0315) - Hoofdstuk 7 pagina 9 e.v..
In Case Notebook kon u vouwen invoegen om zo de breedte van het schema te reduceren. Dit is niet langer nodig omdat de tijdbalk boven het schema zich automatisch aanpast aan de positie van de gebeurtenisvensters. Als u vouwen gebruikte om een deel van uw schema onzichtbaar te maken dan kunt u nu eenvoudig de gebeurtenissen dichter naar elkaar toe slepen.
De versies van iBase, iBridge and Pattern Tracer TCA die samenwerken met Analyst’s Notebook versie 6 zijn:
iBase vanaf versie 3.2.4
iBridge vanaf versie 1.2
Pattern Tracer TCA vanaf versie 1.1
Voor meer informatie zie de Analyst’s Notebook 6 Compatible Products Upgrade Guide (Part Number: 0325)
Als u voordat u inzoomt eerst op een plek in het schema klikt, dan zult u zien er op dit punt wordt ingezoomd.
Het is handig om hiervoor in de iBase database twee velden voor te definiëren met de volgende Types:
Create date and Time
Update date and time
Om alle objecten te vinden die vandaag ingevoerd zijn, kun je nu de volgende query gebruiken:
Invoerdatum same as 01-07-2006
Gebruik de parameter @#NOWDATE om de datum van vandaag aan te geven .
De "public" sets en queries worden opgeslagen in de .ibg file, de "private" sets and queries worden opgeslagen in de .ibw file, in de persoonlijke map.
In Windows 2000 en Windows XP is die persoonlijke map standaard:
C:\Documents and Settings\[Gebruikersnaam]\Application Data\iBridge2
Nee, 2 standalone (zwarte) i2dongles kunnen niet op elkaar gezet worden. Beide producten moeten in één dongle zitten. Het is echter wel mogelijk om b.v. Analyst’s Notebook via een rode netwerk dongle te benaderen en iBridge via een standalone dongle.
Het is eveneens niet mogelijk een zwarte parallelle poort dongle en een zwarte USB dongle tegelijk te gebruiken.
Een i2 dongle en een dongle van een andere leverancier kunnen wel op elkaar gezet worden.
Vraag meer informatie aan.
Bestel direct uw forensische producten online of bel ons op 0318-543173.
KvK 30096889 BTW NL009433569B01 Inloggen | Sitemap | Disclaimer
